Kumite


Kumite betekent gevecht, en is de feitelijke toepassing van de karatetechnieken tussen 2 karateka’s. Het is pas sinds het karate in Japan werd ingevoerd dat het kumite een ontwikkeling kende tot de huidige vorm. Op Okinawa werden wel technieken ingestudeerd met partner, maar hechtte men geen belang aan het sparren. Dit had onder meer te maken met een verschil in visie op karate; een vorm van zelfverdediging waarbij men de tegenstander zo snel mogelijk dient uit te schakelen, desnoods met dodelijke technieken, is niet denkbaar in een wedstrijdvorm. In Japan werd in navolging van Funakoshi het kumite verder ontwikkeld tot vormen en technieken die door karateka’s van verschillende leeftijden en niveau’s konden worden beoefend op een veilige, en later ook sportieve manier.

Er zijn 2 belangrijke groepen van kumite:
1) het yakusoku kumite bestaat uit vastgelegde oefeningen
2) het jiyu kumite bestaat uit vrije aanvallen en blokkages.

Belangrijke principes in beide vormen zijn
1) timing, 2) bewustzijn (van zichzelf en van de ander) en 3) controle (over het eigen lichaam, over de technieken, kunnen kiezen om al dan niet te raken en met welke intensiteit van impact,…).

De verschillende vormen van kumite zijn:

Gohon Kumite (5 stappen aanvallen); basisoefening waarin men leert aanvallen en verdedigend wijken, 5x dezelfde techniek, 5e blokkage + tegenaanval.

Sanbon Kumite (3 stappen aanvallen)

Kihon Ippon Kumite (1 aanval + 1 verdediging en tegenaanval); Kumite op één pas, statische en vooropgelegde oefening. Gevorderde karateka’s leren ook letten op zanshin (bewustzijn), saho (etiquette) en yomi (waarneming).

Kaeshi Ippon Kumite (1 aanval en verdediging + 1 verdediging en tegenaanval); Kumite vanuit natuurlijke houding (Shomen Shizentai) met een rechtstreekse aanval. De verdediger voert na blokkage een tegenaanval uit, waarop de oorspronkelijke aanvaller reageert met blokkage en tegenaanval. Ondanks het statische principe is deze oefening van een hoge moeilijkheidsgraad door de korte afstand en de vereiste reactiesnelheid.

Jiyu Ippon Kumite ; zoals Kihon Ippon Kumite, maar dynamisch en de technieken zijn verschillend en van een hogere moeilijkheidsgraad. Bedoeling is vooral te oefenen op het bewegen (Unsoku) en de accuraatheid van de technieken. Het gaat om opgelegde oefeningen, maar ze worden niet langer statisch uitgevoerd. Belangrijk zijn de timing, de correcte gevechtsafstand en het aanzetten van kime.

Okuri Jiyu Ippon Kumite ; zoals Jiyu Ippon Kumite, maar nu volgt er telkens een tweede aanval die niet wordt aangekondigd en volledig vrij is, alsook een volledig vrije verdediging en tegenaanval. Men spreekt in het karate vaak over “doden met één slag”, maar in realiteit is één techniek vaak niet genoeg. Men moet leren te reageren op een aanval, alsook een tweede aanval te kunnen pareren en repliceren met een tegenaanval. Het belangrijkste principe hier is zanshin (bewustzijn) en zelfcontrole. Men moet leren het zichzelf en het gevecht te beheersen en zowel overzicht als inzicht te krijgen in de gevechtssituatie.

Happo Kumite (verdediging tegen aanvallen uit 8 hoofdrichtingen); om zichzelf te kunnen verdedigen moet men leren aanvallen te pareren uit verschillende richtingen en van meerdere tegenstanders. Deze vormt vereist een ontwikkeling van aandacht, uithouding, vlotheid, en fysieke en mentale controle zoals timing, evenwicht, ontspannen houding, en concentratie.

Jiyu Kumite : vrij vechten, de technieken zijn volledig vrij. Erg belangrijk is dat beide tegenstanders ernaar streven om de gevechtsgeest in zich te laten leven door correcte houding, ademhaling en observatie. Op wedstrijden wordt meestal jiyu kumite beoefend. Wel zijn er regels die ervoor zorgen dat het vrije gevecht op een relatief veilige en sportieve manier kan verlopen.

De verschillende vormen van kumite staan beschreven in het boek “S.K.I. Kumite Kyohan” door Kansho Hirokazu Kanazawa (cf. afbeelding)