Wapens

Bo
(bron:
www.ryukyukobujutsu.be en www.sokn.nl)

Van de 8 wapens is de bo het meest bestudeerde wapen met 22 kata’s van de in totaal 42 wapen kata’s. Er zijn 4 verschillende bo’s:

  • roku shaku bo van ongeveer 1 meter 82 cm
  • san jaku bo van ongeveer 90 cm
  • kyu shaku bo van ongeveer 2 meter 70 cm
  • eiku (roeispaan) zie foto van Kisho Inoue Hanshi

De bo is mogelijk ontwikkeld uit een gereedschap om iets te dragen. Het wapen komt in heel de wereld voor. In het westen stamt het stok vechten al uit de Middeleeuwen.

BO (OF KON)
Is een lange stok die konisch gemaakt is en een lengte van 1.80meter heeft (of 6 inches). Het middenstuk is 1.1/4″ en elk uiteinde ¾”.

Er bestaan ook verschillende andere vormen zoals:

  • Manu-bo (rond)
  • Kaku-bo (vierkant)
  • Rokkaku-bo (zeskant)
  • Hakkaku-bo (achtkant)
  • Take-bo (bamboe)

Bo: De (roku shaku) Bo ook wel Kon genoemd, is een staf van 1.80m. Verreweg de meeste trainingsstof heeft betrekking op de Bo. Niet alleen zijn de meeste kata Bo-kata (22 kata), maar worden ook de Sai-, Tonfa-, Kama-,Roche Timbe- en Suruchin kumite (partneroefeningen) uitgevoerd tegenover een Bo. Door de lengte van het wapen leert men erg goed de juiste afstand t.o.v. de ‘tegenstander’ (ma’ai) in te schatten en lichaamsverplaatsingen (Tae sebaki). Naast de normale Bo van 1.80 wordt er ook getraind met de Sanchaku Bo, een staf van 90 cm en de Eku (Suna Kake no Kon), een roeispaan. Er zijn vele verschillende soorten Bo’s. Sommige zijn recht uitlopend en andere uitlopend in een punt, ook kan er uit veel verschillende houtsoorten gekozen worden. Japans Eikenhout geniet vanwege de sterkte vaak de voorkeur. Men kan echter een eenvoudige houten staf van de juiste lengte gebruiken zolang deze maar stevig genoeg is en niet snel splintert.
In het begin leert men de Bo op een wijze vast te houden waarbij de Bo in 3 gelijke delen wordt verdeeld. Later echter zal men hierin meer flexibel zijn om zo de lengte van de Bo optimaal te benutten.

De bo kata’s zijn:

  • Shuji Sho, Kongo
  • Shuji Dai, Sesoko
  • Shuji Koshiki (old style), Tukenbo
  • Sakugawa Sho,Chinenshichanaka
  • Sakugawa Dai,Yonekawa
  • Sakugawa Chu,Chatanyara
  • Soeishi Sho,Shoun no kon
  • Soeishi Dai,Ura Soe
  • Shirotaru Sho,Kyushakubo
  • Shirotaru Dai,Tsukensunakake (Eku)
  • Sueyoshi,Sanjakubo

Sai
(bron: www.ryukyukobujutsu.be en www.sokn.nl)

De sai wordt onterecht beschouwd als een agrarisch werktuig (planten van rijst) of als een wiel as. Bewijzen zijn hier nooit over gevonden.

Aanneembaar is dat krijgslieden dit wapen ontwikkeld hebben vanuit een dolk waarbij de hand bescherming (tsuba) de vorm kreeg met 2 punten om het zwaard op te vangen en vast te kunnen zetten. Het wapen komt men tegen in China, India, Maleisië en Indonesië.

Traditioneel droeg men 3 sai’s, hij werd namelijk ook gebruikt om te gooien.

We kennen 2 soorten sai’s. De rechtse wordt Manji sai genoemd ontworpen door grootmeester Taira Shinken. De bewegingen van de sai kan men vergelijken met de open hand technieken in het karate (shuto).

De Sai is een metalen drietand en komt voor verschillende vormen. De twee meest voorkomende zijn de Tsuujo no Sai en Manji Sai. De Sai is niet, zoals vaak wordt vermeld, afkomstig van een landbouwwerktuig, maar afkomstig uit China (in een andere vorm). Volgens sommige bronnen werden Sai door boeren gebruikt om zich te verdedigen tegen zwaardaanvallen van samoerai. Naast twee Sai in de handen werd vaak een derde in de gordel gedragen zodat één Sai naar de tegenstander geworpen kon worden. Anderen bronnen wijzen op het gebruik door Japanse ordediensten. Tegenwoordig wordt er met twee Sai getraind, één in iedere hand. Er zijn drie manieren waarop de Sai wordt vastgehouden: Honte-Mochi (Normaal), Gyakute-Mochi (‘Reverse grip’) en Tokushu-Mochi (Speciale grip).Voor de Sai zijn er 8 kata.

De sai kata’s zijn:

  • Tsukenshitahaku no Sai
  • Hamahiga no Sai
  • Chatanyara no Sai
  • Jigen no Sai
  • Tawata no Sai
  • Hamagoten Yaka no Sai
  • Hantaguwa no Sai
  • Kojo no Sai

Tonfa
(bron: www.ryukyukobujutsu.be en www.sokn.nl)

Over de oorsprong van de Tonfa lopen de meningen uiteen. Sommigen stellen dat deze afkomstig is van een het handvat van een molensteen waarmee rijst gemalen werd, anderen stellen dat dit handvat toevallig dezelfde vorm heeft en dat het wapen reeds bestond en (via China) afkomstig is uit Indonesië en omgeving. Tegenwoordige bekend als de ‘politiestok’ van Amerikaanse politieagenten. Er moet gezegd dat de politie de tonfa enigszins anders hanteert dan gebruikelijk is in het traditionele kobudo. Er wordt met twee tonfa’s getraind en er zijn twee kata. Dezelfde 3 manieren om de Sai vast te houden zijn van toepassing.

De bewegingen/technieken van de tonfa komen overeen als de technieken van ura-ken in het karate.

De kata’s van tonfa zijn:

  • Hamahiga no Tonfa
  • Yaraguwa no Tonfa

Nunchaku
(bron: www.ryukyukobujutsu.be en www.sokn.nl)

Er zijn veel tegenstellingen over de oorsprong van het wapen. Men zegt dat het een Chinees wapen is, anderen zeggen dat het is ontwikkeld uit een dorsvlegel en weer anderen zeggen dat het ontwikkeld is uit een paarden bit. Letterlijk vertaald: 2 keer 30 cm (sanchaku Bo = Bo van 3 * 30 cm). Twee stokken van 30 cm verbonden door een touw. Ten onrechte vaak wurgstokjes genoemd. Onder andere door Bruce Lee zeer populair geworden. Het gebruik van de nunchaku in Kobudo is anders dan bij bijvoorbeeld Nunchakudo (sport geheel gericht op de Nunchaku). Waar de laatste sport meer op handigheid in het gebruik en show is gericht, ligt bij Kobudo de nadruk op effectief gebruik. Er zijn drie soorten nunchaku: een twee-, drie- en vierdelige.

Oorspronkelijk een dorsvlegel gemaakt van een zeer sterke eiksoort die op Okinawa groeit. De lengte van een nunchaku kan variëren, doch hij moet voor ieder beoefenaar van het midden van de hand tot aan de elleboog reiken. Hij bestaat uit twee gelijke delen die aan elkaar verbonden zijn door en nylon koord van ongeveer 15cm. De verschillende varianten zijn als volgt:

  • MARU-GATA (rond)
  • HAKAKUKEI (achtkantige)
  • HANEKI (halve maat)
  • SO-SETSUKON (kort en lang einde)
  • YONSETSUKON (twee korte delen en twee lange delen)
  • SANSETSUKON
    1. normaal gedeelte aan 1 zijde en twee korte gedeelten aan de andere zijde
    2. drie korte gedeelten
    3. drie lange gedeelten (ong. 65 cm.per deel)/li>

Meestal zijn het twee stokken verbonden door een touw of ketting. De nunchaku kan men zien als een opvouwbare bo.
De Chinese nunchaku is rond terwijl de Japanse 8 hoekig is.

De nunchaku kata’s zijn:

  • Renshu sho
  • Renshu dai
  • Sanbon nunchaku no kata

Kama
(bron: www.ryukyukobujutsu.be en www.sokn.nl)

De kama is het wapen wapen dat het meest lijkt op een landbouwwerktuig, in het westen een sikkel genoemd. Op het platteland wordt het nog steeds gebruikt voor de werkzaamheden als eeuwen geleden. Een kama die je in Japan in elke hardware store kunt kopen is onbruikbaar in een gevecht tegen andere wapens. De verbinding van handvat en blad is gemaakt om rijst halmen te snijden en niet om een bo op te vangen.

Bij het kobudo gebruikt men steeds gelijktijdig 2 kama’s (nichokama) bij elke uitvoering. De steel van de kama is in houten het snijkant gedeelte in metaal uiteraard.

Kama: Oorspronkelijk een sikkel. Een (houten) stok met een kort gebogen mes aan het uiteinde. Ook de Kama wordt als tweetal gehanteerd. Ook hier zien we de drie diverse grippen terug (Honte-Mochi , Gyakute-Mochi en Tokushu-Mochi). Dankzij het lichte gewicht een wapen dat zeer snel gehanteerd kan worden. Getraind wordt met exemplaren die geheel van hout zijn of voorzien van een bot metalen mes. De onderkant van de stok is vaak dikker om zo veranderingen van grip te vergemakkelijken. Er zijn 3 kama kata.
Kama heeft de specifieke kurite, kakate en hiji-ate technieken uit het karate.

De kama kata’s zijn:

  • Tozan
  • Kanigawa Sho
  • Kananigawa Dai

Tekko
(bron: www.ryukyukobujutsu.be en www.sokn.nl)

Het kleinste wapen lijkt op een ‘boksbeugel’. De meest vreemde verhalen doen de ronde, als zou het ontstaan zijn uit een hoefijzer. Het is duidelijk geen landbouw werktuig en speciaal ontwikkeld om een tegenstander zo effectief mogelijk uit te schakelen.
Lijkt op een boksbeugel met het verschil dat de technieken naast stoten ook op snijdende bewegingen zijn gericht. Er is één kata voor de Tekko.

Het wapen wordt in Japan op maat gemaakt uit hout, aluminium, ijzer of staal. De technieken komen overeen met slag en stoot technieken met open hand of vuist. De punten aan het uiteinde kan men bij het vastgrijpen gebruiken om vitale druk punten te bewerken.
De kata is ontwikkeld door Shinken Taira sensei en de invloed van Naha-te, Shuri-te en Tomari-te zijn er in terug te vinden.

De tekko kata is: Maezato

Tinbe en Rochin
(bron: www.ryukyukobujutsu.be en www.sokn.nl)

De tinbe (schild) en rochin (korte speer) kunnen we over de hele wereld in de geschiedenis terug vinden. Men moet de 2 wapens als systeem zien.
De Romeinen/Grieken gebruikten schild en kort zwaard. In Afrika schild en korte speer. Inca’s gebruikten een knots en zo kunnen we doorgaan.
Het schild dient om dichter bij je tegenstander te kunnen komen om met de speer het werk af te maken.

Op het eiland Okinawa waren zee producten het hoofd voedsel. Het schild van een zeeschildpad is dus een logisch gebruiksvoorwerp. Het zegt niet dat dit de wapens van vissers waren.
Het schild van een schildpad en werd samen met de ROCHIN gebruikt(korte lans). Soms gebruikt men ook een schild in hout samen met een houten mes (hera genaamd). Het houten schild was meestal met leder overtrokken.

De tinbe kata is: Kanigawa no tinbe

Surujin
(bron: www.ryukyukobujutsu.be en www.sokn.nl)

Het laatste in het systeem is de surujin. Er bestaan 2 soorten surujin, het korte (Tan) en het lange (Naga). De korte surujin heeft een ketting van ±150 cm en de lange een ketting lengte van ±230 cm. Aan de uiteinden een scherpe punt en een ijzeren bol.

Met de metalen ketting wordt het verzwaard gewicht in cirkelvormige beweging rond de tegenstander geslingerd. De lengte is 2m40 en er bestaat ook een kleiner model van1m50.

De variante is een koord van dezelfde lengte zoals hierboven beschreven met aan het uiteinde een metalen ring. Suruchin: een dolk en een bal verbonden door een ketting. Er zijn twee verschillende soorten: Tan Surujin (kort) en Naga Surujin (lang) waarvan de lengtes respectievelijk ongeveer 150-152 cm en 230-240 cm zijn. Wordt vanwege de hoge moeilijkheidsgraad pas als laatste mee getraind. Vanwege de vele mogelijkheden is dit een erg boeiend wapen.
De surujin kata’s zijn:

  • Tansurujin (korte)
  • Nagasurujin (lange)